Te midden van onze ellende en duisternis mogen we bouwen op onze God.

Lied 997 uit het Liedboek (LB 2013) gaat over de ellende in onze wereld.

Het lied noemt drie situaties die (ook in onze tijd) kenmerkend zijn voor onze ellende:

  1. Legers, oorlog, vluchtelingenstromen, alarmsirenes.
  2. Kwaad en geweld in de samenleving, met beïnvloeding, vorming en misvorming.
  3. Onveiligheid binnen onze huizen, twist en ruzie en een vergrijpen aan elkaar. (lees verder)

Ellende en duisternis om moedeloos van te worden. Om te zeggen: 'Heer, waar dan heen, tot U alleen, U zult ons niet verstoten". Lied 997 doet ons tot God roepen. Elk van de vier coupletten heeft als laatste regels:

            "Genade Heer, hoor ons gebed, zie deze wereld aan"

 Een beroep op God om Zijn hart te laten kloppen voor onze wereld in nood. We leggen onze klacht neer bij God: "Heer, ontferm U!".

Lied 598 (LB 2013) brengt ellende en hoop als volgt onder woorden"

            "Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft"

Zoek je troost en bemoediging bij Jezus die het Licht voor de wereld is.

Lied 416 (LB 2013) bemoedigt ons met:

"Ga met God en Hij zal met je zijn, jou nabij op al je wegen 

met Zijn raad en troost en zegen. Ga met God en Hij zal met je zijn."