
Het eerste en grote gebod is God liefhebben. Het tweede gebod, daaraan gelijk, is de naaste liefhebben. Wij kunnen ons goed voorstellen wat het concreet betekent onze man, vrouw, kinderen, kleinkinderen en andere naasten lief te hebben. Je wilt graag in hun nabijheid zijn, met hen optrekken, enzovoort. Maar wat betekent concreet het liefhebben van God.
Het graag in de nabijheid verkeren is in dit geval minder concreet. Liefhebben gaat dan ook verder dan dat. Het gaat erom dat je alles voor God over hebt, Hij is de Eerste in je leven die er toe doet. De tweede in je leven is de naaste. Omdat die twee aan elkaar gelijk zijn, wordt het al concreter. Kijkend naar onze mogelijkheden om onze naaste lief te hebben, kunnen we zien hoe we God, Vader, Zoon en Geest, kunnen liefhebben. Concreet is liefhebben het goede zoeken voor de ander. God liefhebben is dan 'het goede zoeken voor Hem in ons dagelijks leven'. En dat is niet anders dan Hem eren en dienen, op alle terreinen van het leven. Concreet genoeg, toch?