Het volk Israël leefde destijds in Egypte in slavernij. Later in ballingschap in Babel. Steeds verlangde God hen te verlossen en deed dat ook daadwerkelijk. De profeet Jesaja mocht die uitredding uit Babel aankondigen: "Troost, troost mijn volk".

Gods troost is vooral het bieden van een nieuw perspectief, een ander leven dan dat van slavernij en gevangenschap. Ook wij hebben Gods troost hard nodig. Die troost heeft betrekking op de vergeving van de zonden (rechtvaardiging) én op de vernieuwing van ons leven (heiliging). Troosten is vertellen dat het oude is voorbijgegaan en dat het nieuwe is gekomen. Dus niet alleen weten dat je ondanks je zonden aanvaard wordt, maar ook geloven dat je als een nieuwe schepping mag leven. Het is voor ons een uittocht uit de macht van de zonde. God gaat ons voor (als de wolkkolom van destijds in de woestijn) naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Verlangen wij naar die troost? Bezin je op je verlangen in je leven. Natuurlijk verlangen we naar gezondheid, rust, liefdevolle relaties, succes, waardering en een  leefbare samenleving. Maar we verlangen toch vooral naar de verlossing van onze zonden, verkeerde gedachtenpatronen en verkeerde praktijken? Opdat wij beantwoorden aan het éne doel in ons leven: God verheerlijken en dienen. In Jezus Christus (de Heer verlost!) hebben wij een blij perspectief en de sterke bemoediging van Gods troost. Daarbij hebben wij een sterke Helper die ons bemoedigt. Christus zond ons dé Trooster, de Heilige Geest, die de troost krachtig in ons wil bewerken.