Het is hier ook een geschikt moment om informatie te geven over piramides, tempels en andere bouwwerken van de Egyptenaren. Al vanaf het Oude Rijk (2700 v. Chr.) komen grote bouwwerken als piramides en tempels tot stand. Gelet op de rol van de farao in de godenwereld, is dat een logisch verband. De farao moet de wereldorde met rituele handelingen en plechtigheden handhaven. Als mens onder de goden en god onder de mensen is de farao middelaar tussen goden en mensen. Hij moet offers brengen aan de goden. Daartoe dienen de cultustempels.
Na zijn dood wordt de farao vergoddelijkt en zijn functie van handhaver van de wereldorde duurt, naar men meent, eeuwig voort. Elke farao moet daarom een eigen grafcomplex oprichten, de piramide dient als zetel voor het hiernamaals en de eigen dodentempel dient voor de dagelijkse dodencultus die voor de farao wordt onderhouden. In de dodentempel wordt de farao herdacht, vereert in de vorm van zijn beeld en worden hem voedseloffers gebracht. Dodentempel en piramide zijn verbonden via een processieweg. Vanaf het Nieuwe Rijk (1550 v. Chr.) worden de dodentempels verbonden aan de koninklijke graven in de Vallei der Koningen. De dodentempels worden dan apart gebouwd, los van het grafmonument. Vanaf dezelfde periode komen grote tempelcomplexen tot stand zoals het Karnakcomplex, de Luxortempel en de tempel van Aboe Simbel. Deze grote tempelcomplexen functioneren als cultusplaatsen voor de goden. Naast piramides en tempels bouwen de Egyptenaren sfinxen en obelisken. De sfinx is een mythisch wezen, een combinatie half man (hoofd) en half leeuw (lichaam). Een obelisk is een gedenknaald met een piramidevormige punt.
Een selectie van de bouwwerken met nadere informatie is te vinden in de presentatie "Bouwwerken van Egypte".