Het is hier een geschikt moment om informatie te geven over het godendom van de Egyptenaren. De Egyptische godsdienst is een natuurreligie. Twee natuurverschijnselen zijn voor Egypte belangrijk: 1. De opkomst en ondergang van de zon en 2. Maät 1 TekstDe jaarlijkse overstroming van de Nijl. Herhaling van deze natuurprocessen is alleen mogelijk bij een juiste balans van de goddelijke natuurkrachten. Dit wordt uitgedrukt in het begrip "Maät".

God Horus 1Voor de Egyptenaar zijn hun goden als onzichtbare natuurkrachten, waarneembaar in natuurverschijnselen (vooral in dieren). De godenwereld bestaat uit tientallen goden. Daarin komen familierelaties voor, overigens met dubbelingen en veel onduidelijkheden. Ze verschijnen in diverse vormen (mensfiguren, dieren en als hybride, een combinatie van mens en dier). De goden hebben eigen herkenningspunten: een symbool of kroon en/of de attributen die zij in de hand houden.

Jakhals en ValkDe maatstaf voor de hoofdrol van de farao (als zoon van Chepri/Atoem/Re) is Maät: De kosmische orde handhaven voor de vruchtbaarheid van het land en zijn bewoners. Als mens onder de goden en god onder de mensen is de farao middelaar tussen goden en mensen. Hij moet offers brengen aan de goden en rechtvaardig zijn mensen besturen.

Zie voor een overzicht van dit geheel de documenten "Godendom Egypte""Goden Egypte" en  "Attributen goden en farao's". Meer informatie over de goden van Egypte is te vinden in de presentatie “Goden van Egypte”.