Hoe ziet het leven van de Egyptenaren in de Oudheid eruit? In Egypte leven diverse rangen en standen. Bovenin de machtspiramide staan de farao met zijn vizieren en geestelijken. Voor de oorlogen zijn soldaten beschikbaar. Onderaan begint de machtspiramide met de slaven. Daarna volgen de boeren, ambachtslieden, schrijvers, kooplieden en bouwheren.
De boeren verbouwen granen, dadels, vijgen, druiven en vlas. Ze fokken vee, ezels, varkens, geiten en schapen. Met harpoenen vangt de Egyptenaar vis uit de Nijl en men strikt watervogels. Van de stengels van de papyrusplant maakt men papyrus, waar men op schrijft en schildert. Ambachtslieden bewerken stenen voor de bouwwerken, standbeelden en sieraden. Men gebruikt hiervoor graniet, kalksteen, zandsteen, grauwacke, dioriet en basalt. Deze gesteenten zijn in Egypte beschikbaar, evenals edelgesteenten als lapis lazuli, turkoois en albast. Schrijvers zijn niet slechts klerken, maar worden betrokken bij regeringszaken. Het zijn de geletterden en zij behoren tot de elite. Nog geen 10% van de bevolking kan lezen en schrijven. De bevolking woont aan de oevers van de Nijl. In woningen van gebakken klei opgetrokken. Voor een nieuwe generatie wordt een nieuwe verdieping op het ouderlijk huis gebouwd. Kleding wordt gemaakt van wit linnen, het houdt de drager koel. Edellieden dragen een omslagrok van linnen, een kilt genaamd, en een top van fijne geplooide gewaden. Vrouwen uit de hogere klasse dragen fijne jurken met schouderbanden en een omslagdoek. De lagere klassen dragen veel eenvoudigere kledingstukken van minder dure stof. Een kleine impressie van het leven van de Egyptenaren kun je bekijken in deze sheet.