Romeins Egypte (30 v. Chr. - 476 na Chr.)
De Romeinse keizer Augustus (voormalig veldheer Octavianus) neemt Alexandria in en annexeert Egypte als nieuwe Romeinse provincie. Augustus stelt iemand uit de stand van de equites (leden van de Romeinse ridderstand) aan als hoofd van het bestuur om Egypte te beheren en haar lucratieve zeehavens te controleren. Het zeer vruchtbare land van Egypte brengt enorme opbrengsten voort die Augustus en zijn opvolgers ter beschikking staan om publieke bouwwerken en militaire expedities mee te bekostigen en om het volk “brood en spelen” aan te bieden.
Het Egyptische graan stroomt naar Rome, waar het voorziet in een derde van de voedselbehoefte. Dwangarbeid, vordering van landgoederen en drukkende belastingen maken het leven van de plattelanders zwaar. Regelmatig komen de boeren in opstand, maar Rome weet hen betrekkelijk eenvoudig te onderdrukken. Naast graan worden ook papyrus en kostbaar gesteente als graniet en albast naar Rome en Constantinopel gebracht. Egyptische beelden, obelisken en andere objecten worden versleept om pleinen en heiligdommen in Italië en het Romeinse Rijk op te sieren.
De Egyptenaren blijven trouw aan het oude godendom. De Romeinen houden, net als hun Griekse voorgangers, de oude Egyptische godsdienst aanvankelijk in ere. Ook de Romeinse heersers laten Egyptische tempels bouwen. Aanhangers van de oude Egyptische religie, van de Griekse, Romeinse en Joodse godsdienst leven naast elkaar. Egypte is één van de eerste landen waarheen het opkomende christendom zich verspreidt, waarschijnlijk al vanaf het jaar 43. Egyptische theologen als Arius en Athanasius spelen een hoofdrol in de ontwikkeling van de christelijke theologie. Het christelijke kloosterwezen heeft mede zijn oorsprong in Egypte. Eind vierde eeuw is de meerderheid van de Egyptenaren christen. De oude Egyptische religie verdwijnt daarna grotendeels.
Na de dood van keizer Theodosius de Grote in 395 wordt het Romeinse Rijk opgesplitst in het West- en Oost-Romeinse Rijk. Egypte valt onder het Oost-Romeinse Rijk.
In deze tijd ontstaat er verschil van inzicht in theologische benaderingen. Het Egyptisch standpunt wordt afgewezen. De Egyptenaren leggen zich daar niet bij neer. Zij vormen voortaan de Koptische Kerk (Koptisch is afgeleid van "Egyptisch" in het Grieks). Vanuit Constantinopel worden de Kopten lange tijd vervolgd.
Als in 476 de laatste keizer in het West-Romeinse Rijk wordt afgezet, komt er een einde aan beide Romeinse Rijken. Het Oost-Romeinse Rijk gaat over (zet zich voort) in het Byzantijnse Rijk.
Wat gebeurt er tegelijkertijd elders in de wereld in deze tijd van de Romeinen in Egypte, de periode van 30 v. Chr. - 500 na Chr.? Zie document "WDP (7)”.
Byzantijns Egypte (476 - 641)
Over de periode van Egypte onder Byzantijns gezag is niet veel positiefs te melden.
Onder de Byzantijnse overheersing worden veel tempels en heiligdommen verwoest of omgebouwd tot kerken en kloosters. Er is weinig aandacht voor de situatie in Egypte, dat steeds meer in verval raakt. Het Byzantijnse Rijk zelf kent een zeer lange en roerige geschiedenis. Aan dit rijk wijden we een afzonderlijke beschrijving. Jeruzalem wordt in 614 veroverd door de Sassaniden, de heersers in Perzië na de Romeinen. In 618 dringen de Sassaniden door naar Egypte. Het Byzantijnse Rijk verzwakt door een voortdurende machtsstrijd aan de top van het rijk. Het rijk van de Sassaniden raakt totaal uitgeput door jaren van interne en externe oorlogen. Een nieuwe opkomende macht in het Midden-Oosten, het Islamitische Arabische Rijk, profiteert van het verval van beide rijken. De kalief van dit Rijk weet het nog steeds formidabele Perzische leger te verslaan en valt in 641 ook Egypte binnen. Omdat de Kopten vanuit Constantinopel nog steeds worden vervolgd, zijn de Arabieren dan ook aanvankelijk welkom als "bevrijders van het Byzantijnse juk".
Wat gebeurt er tegelijkertijd elders in de wereld in deze tijd van Byzantijns Egypte, de periode van 500 - 1000? Zie document "WDP (8)”.
Vroeg-Islamitisch Egypte (641 - 1517)
Deze periode wordt ook wel genoemd “De tijd van Egypte onder de Arabieren”.
Egypte wordt een provincie van het kalifaat. Aanvankelijk is het Arabische bewind minzaam, maar al gauw krijgen de Kopten onderdrukking te verduren. Ze gaan daartegen in opstand of ze gaan over tot de islam.
Onder de Arabische kalief Omar wordt Egypte veroverd (641). De opvolgende kalifaten zijn de Omajjaden (661), Abbassiden (750), Fatimiden (969), Ajjoebiden (1179) en Mammelukken (1250 - 1517).
Tijdens de Fatimiden vindt de Kruisvaardersinvasie van Egypte (1154 - 1169) plaats, bestaande uit een aantal campagnes van het koninkrijk Jeruzalem om zijn positie in de Levant te versterken ten koste van het verzwakte Kalifaat van de Fatimiden. Generaal Saladin is bij deze invasie een grote tegenstander. Saladin wordt daarna sultan van de Ajjoebiden in Egypte. Hij bekeert de Egyptenaren van sjiieten tot soennieten.
In deze periode krijgt Egypte in eigen land te maken met de overige kruistochten vanuit Europa naar Jeruzalem. Saladin brengt meer eenheid in Egypte. De Mammelukken brengen voorspoed in Egypte. De landbouw, nijverheid en handel bloeien. Caïro groeit uit tot het grootste commerciële, intellectuele en culturele centrum van de islam en telt een half miljoen inwoners. Vanaf 1348 wordt Egypte geteisterd de Zwarte Dood (pestepidemie). Vanaf die tijd is het Mammelukse bewind roofzuchtig en twistziek en verarmt het land.
Wat gebeurt er tegelijkertijd elders in de wereld in deze tijd van het Islamitisch Egypte, de periode van 1000 - 2000? Zie document "WDP (9)”.
Ottomaans Egypte (1517 - 1922)
Inmiddels is een groot Islamitisch rijk ontstaan in het Midden-Oosten. In 1299 is in Anatolië het Ottomaanse Rijk gesticht door Osman I, leider van Turkse Islamieten. Het Ottomaanse Rijk wordt een wereldrijk dat bij de grootste uitbreiding een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa beslaat. Rond het jaar 1500 komen in Perzië de sjiitische Safawiden aan de macht. Selim I (negende Ottomaanse sultan) is een erg gelovig soennitische moslim en probeert alle moslims onder één bewind te krijgen. Hij verklaart de oorlog aan de Safawiden en overwint de Perzen. Tussen 1516 en 1517 verovert hij de Levant, Egypte en Hidjaz (in Arabië) met de heilige steden Mekka en Medina. Dit betekent ook het einde van het sultanaat van de Mammelukken in Egypte. De macht wordt uiteindelijk in 1517 door de Ottomanen overgenomen. De Ottomanen laten echter het feitelijke regeren over aan de Mammelukken. Dit zal het geval zijn totdat Napoleon in 1798 Egypte verovert.
Na 1517 trekken vele geleerden en ambachtslieden uit Caïro weg naar de Ottomaanse hoofdstad Constantinopel, dat nu Istanboel wordt genoemd. Caïro verliest zijn vooraanstaande positie, maar blijft toch een belangrijk economisch en cultureel centrum. In de eeuwen daarna (17e en 18e eeuw) leidt het belastingsysteem tot uitbuiting van boeren, ambachtslieden en kooplui. Als dezen hun belastingen niet meer kunnen opbrengen, verlaten ze hun dorpen en worden nomaden. Mede hierdoor verarmt het land. Egypte wordt al armer en geïsoleerder van andere landen. De bevolking daalt van tien naar vier miljoen in 1798.
In het jaar 1798 onderneemt de Franse generaal Napoleon Bonaparte (de latere keizer Napoleon I) een expeditie (een invasie) naar Egypte. De expeditie is geen succes. De Britten vernietigen de Franse vloot in de Slag bij de Nijl.
Toch heeft de expeditie grote betekenis voor de kennis over het oude Egypte. Napoleon neemt wetenschappers, kunstenaars en schrijvers mee, die de piramides en andere overblijfselen van het Oude Egypte in kaart brengen. Zo wordt onder meer de Steen van Rosetta tijdens de expeditie ontdekt, waarmee in 1822 het hiërogliefenschrift ontcijferd wordt.
In 1805 wordt Mehmet Ali (een commandant in het Ottomaanse bezettingsleger) benoemt tot nieuwe gouverneur over Egypte. Mehmet Ali brengt, onder westerse invloed, grote verbeteringen aan in Egypte. Na strubbelingen in het Midden-Oosten en inmenging van de Britten wordt Egypte in 1840 een bevoorrechte autonome provincie van het Ottomaanse Rijk onder bestuur van Mehmet en z'n nakomelingen. Mehmet Ali wordt beschouwd als de grondlegger van het moderne Egypte en als vader des vaderlands. Onder de opvolgers van Mehmet Ali worden spoorlijnen aangelegd en komt het Suezkanaal tot stand. Maar Egypte is op weg naar een bankroet. Er zijn protesten, opstanden en revoluties. Fransen en Britten mengen zich in de problematiek. Dit leidt tot een langdurige Britse bezetting van Egypte. De Britse overheersing duurt van 1882 tot 1922.
In 1919 vindt de Egyptische Revolutie plaats vanwege onvrede over de Britse invloed op het bestuur van het land. Egypte eist onafhankelijkheid. In heel Egypte breken demonstraties en geweldigheden uit. Uiteindelijk verklaren de Britten op 28 februari 1922 dat Egypte een onafhankelijke, soevereine staat is. De Britten behouden nog geruime tijd een sterke machtspositie in Egypte.
Koninkrijk Egypte (1922 - 1953)
Formeel is Egypte nu een koninkrijk, maar in werkelijkheid oefent Engeland tot 1952 de macht in het land uit. Samen met Engeland bestuurt Egypte ook het huidige Soedan en Zuid-Soedan. Foead I, vanaf 1917 sultan in het land, wordt de eerste koning van het koninkrijk. Na zijn dood in 1936 wordt zijn zoon Faroek op 16-jarige leeftijd koning. Faroek is erg populair bij het volk. Hij probeert, ondanks Britse regie op de achtergrond, soms toch een eigen koers te volgen. Vanaf 1942 lukt dat minder en neemt zijn populariteit snel af. (NB - Zijn jongere zus Fawzia is de eerste echtgenote van Mohammed Reza Pahlavi, de sjah van Perzië). In 1952 vindt er vanuit officieren van het leger een staatsgreep plaats en moet Faroek troonsafstand doen ten gunste van zijn zoon Foead II. Deze is dan nog maar zeven maanden oud. Hij verblijft bij zijn vader in ballingschap in het buitenland. Hij is in totaal acht maanden koning geweest onder regentschap van officieren. Foead II is nooit formeel tot koning gekroond. De staatsgreep maakt een einde aan de Britse overheersing en in 1953 een einde aan het formele koningschap.
Arabische Republiek Egypte (1953 - Heden)
De staatsgreep in 1952 van een groep van zo'n driehonderd jonge Egyptische legerofficieren is vrijwel geweldloos. De coupplegers worden de "Vrije Officieren" genoemd. Op 18 juni 1953 wordt Egypte een republiek. De oudste van de Vrije Officieren, generaal Mohammed Naguib, woordvoerder van hen, wordt de eerste president. Aanvankelijk bewijzen de Vrije Officieren lippendienst aan de democratie en vrije verkiezingen. Ze laten Egypte in naam besturen door burgerregeringen, maar de Vrije Officieren geven adviezen aan de ministers die in feite vaak decreten zijn. Deze situatie brengt oproer tot stand, waartegen hard wordt opgetreden. Het parlement wordt ontbonden en de politieke partijen worden verboden. Werkelijke leider van de Vrije Officieren is vanaf het begin luitenant-kolonel Gamal Abdel Nasser. Deze ontneemt Naguib in 1954 de macht en wordt in 1956 de tweede president. Na hem komen de presidenten Sadat (1970 - 1981) en Moebarak (1981 - 2011). Er ontstaan hevige protesten en rellen tegen het bewind van Moebarak. Hij treedt af en geeft de leiding van het land in handen van het leger. Bij de presidentsverkiezingen wordt de politicus Morsi (2012 - 2013) verkozen tot president. Morsi eigent zich ongelimiteerde bevoegdheden toe, met als gevolg enorme demonstraties. In 2013 wordt Morsi door het leger afgezet en later veroordeeld voor onder meer de dood van demonstranten. Vanaf 2014 komen legerleiders aan de macht.