Vroege tijd (4800 - 2707 v. Chr.)

Naqada-periode (4800 - 3200 v. Chr.)

Egypte Begin TekstDe eerste bewoners, jager-verzamelaars, trekken naar het Nijldal, waar ze nederzettingen bouwen, leven van visvangst en beginnen met akkerbouw. De Nijl is sinds de oudheid een natuurlijke levensader en belangrijke economische factor. De Nijl 2Nijl stroomt uit het zuiden via diverse cataracten (stroomversnellingen) naar het noorden en mondt daar uit in een delta in de Middellandse Zee. Benedenstrooms (tegen de Delta) wordt Beneden-Egypte (of Neder-Egypte) genoemd, bovenstrooms (vanaf Nubië) Boven-Egypte (of Opper-Egypte).

In deze beginfase van Egypte is er sprake van een lokale dorpscultuur waar weinig sporen van te vinden zijn. De bewoners verspreiden zich in deze periode over het gehele Nijldal tot in de Delta. Er ontstaan belangrijke bevolkingscentra, Abydos, Memphis en Hierakonpolis. De verspreiding leidt uiteindelijk tot centralisatie en het begin van staatsorganisatie in Egypte.

De rivier de Nijl is heel de geschiedenis van Egypte door van enorm belang. Egypte is een vruchtbaar land in de Sahara vanwege de bevloeiing door de jaarlijkse overstromingen van de Nijl. Egypte wordt daarom ook wel het geschenk van de Nijl genoemd. Zonder de jaarlijkse overstroming van de Nijl is er geen voedsel, want er is geen irrigatiesysteem. Als de Nijl te lang buiten zijn oevers treedt, vergaat het gewas en is er te weinig eten.

Pré-dynastieke periode (3200 - 3032 v. Chr.)

Dynastie 0

Al tijdens deze periode zijn er koningen die de landsdelen besturen en uiteindelijk beide landsdelen verenigen onder één heerser. Naar Narmer 1men aanneemt, gebeurt dat onder koning Narmer die de eerste farao van Egypte wordt, stichter van de eerste dynastie en stichter van de stad Memphis. In Egypte zijn de dynastieën (de opeenvolging van heersers binnen een familie) genummerd. Er zullen tot de latere Griekse heersers in totaal 31 dynastieën komen.

De koning van Egypte wordt later farao genoemd. De oorsprong van deze naam is de vereenzelviging van de koning met zijn paleis. Paleis = Groot huis = per-aa = farao. Vooralsnog hanterende Egyptenaren de naam koning. Pas tijdens de 18e dynastie wordt de naam farao ingevoerd. In de moderne geschiedschrijving wordt echter, in navolging van de Hebreeuwse Bijbel, met name het Boek Exodus, het gebruik van de titel farao overgenomen. Zo ook in de beschrijving op mijn website.

Vroeg-dynastieke periode (3032 - 2707 v. Chr.)

1e en 2e dynastie

Deze dynastieën kennen een 17-tal farao's. De eerste en meest bekende is Menes (ook wel Aha genoemd). Mogelijk stichtte hij Memphis en niet Narmer. In ieder geval bouwt hij er de grote tempel van de oer- en scheppergod Ptah. God Ptah 1God Horus 1De Egyptenaren levenTempel Ptah in Memphis God Horus 2in alle verbanden heel sterk met hun godendom. Verderop in deze beschrijving geven we meer informatie hierover. In de naam van de farao komt vanaf deze dynastieën de Horusnaam voor. Horus (valkgod) is de Egyptische hemel- en koningsgod, hij heeft een beschermende functie: waken over de farao. Vanaf het Middenrijk krijgt de farao totaal vijf namen. De farao's worden begraven in mastaba's. De mastaba ("bank" in het Arabisch) heeft de vorm van een langwerpige afgeknotte piramide. Mastaba 1De farao's van deze periode laten zich begraven in de necropolis nabij de tempelstad Abydos, niet ver van Thebe ((het huidige Luxor). Later worden hoge ambtenaren in mastaba's begraven. In het Oude Rijk worden de farao's begraven in piramides, in het Nieuwe Rijk in de koningsgraven in de Vallei der Koningen nabij Thebe.

Er is verder weinig bekend over de farao's van deze dynastieën. Meerdere farao's regeren 30 à 50 jaar.