De Diadochen (323 - 146 v. Chr.)
De naam Hellenistische periode is ontleend aan het Hellenisme. De Hellenistische cultuur ontstaat als de Grieken de Griekse cultuur verspreiden bij het veroveren van het Oosten. De Hellenistische periode is het tijdperk waarin het oude Griekenland op zijn hoogtepunt is vanaf de veroveringen door Alexander de Grote tot de Romeinse verovering van Griekenland en het oude Nabije Oosten (334 - 30 v. Chr.). In deze periode vindt de laatste Griekse expansiegolf plaats. Onder het mom van wraak tegen de Perzen, is het belangrijkste motief voor de veroveringen toch wel het verbreiden van de Griekse cultuur in de veroverde gebieden door er Griekse steden te stichten. Alexander de Grote heeft dan ook vele Griekse steden gesticht.
In deze paragraaf beschrijven we de Hellenistische periode na de dood van Alexander de Grote. De tijd van de Diadochen, zijn opvolgers. Dit zijn de Macedonische generaals uit zijn leger. Zij strijden na zijn dood om de macht in zijn gigantische rijk. Het Rijk zal uiteindelijk uiteenvallen in een aantal zogenaamde Diadochenrijken. Een poging van Olympia, de moeder van Alexander de Grote, de macht binnen de familie te houden, loopt uiteindelijk stuk. De generaals trekken steeds meer macht naar zich toe. Macedonië wordt voor de machtsbeluste generaals het meest omstreden gebied. De macht over het oorspronkelijke rijk wordt voor hen een prestigekwestie. Onderlinge concurrentie tussen de generaals (en andere veldheren en stadhouders) leidt tot onderlinge oorlogen, met wisselende coalities en herverdelingen van de macht. Tijdens deze oorlogen raakt de dynastie van Alexander steeds meer in verval. Uiteindelijk worden zijn vrouw, moeder en zoon vermoord. De oorlogen duren ongeveer 40 jaar (322 - 281 v.Chr.). Er vinden, te midden van allerlei intriges en vele moorden, vier Diadochenoorlogen plaats en daartussen nog twee grote veldslagen. De diadochen stichten vier nieuwe dynastieën: de Antigoniden, de Antipatriden, de Seleuciden en de Ptolemaeën. In 301 v. Chr., na de slag bij Ipsos (in het huidige Turkije), wordt het rijk van Alexander opgesplitst in drie machtscentra: Macedonië in Europa onder de Antigoniden, Syrië en Babylonië onder de Seleuciden in Azië en Egypte onder de Ptolemaeën in het zuiden. Pas vanaf 281 v. Chr. wordt het rustiger in de interne gelederen.
Alle rijken worden uiteindelijk door de Parthen en Romeinen veroverd, Egypte als laatste in 30 v.Chr. door de Romeinen.
Het Rijk van de Seleuciden in Azië
Generaal Seleucus bestuurt zijn rijk van 323 - 281 v. Chr. Hij is humaan en bekwaam en neemt de titel van koning aan. Seleucus weet stabiliteit aan te brengen in de grote verscheidenheid aan bevolkingsgroepen. Als De Grieken en Macedoniërs houden ze zich koppig aan de eigen tradities. Om de Hellenistische cultuur te verspreiden stichten ze meer dan 60 steden, in alles geheel naar Grieks-Macedonisch model. Vele steden groeien uit tot metropolen. De door Seleucus aan de Tigris gestichte stad Seleucia dient als tegenpool van Babylon en groeit uit tot 600.000 inwoners. Antiochië is lange tijd na Rome en Alexandrië de grootste stad ter wereld. Gedurende heel de regeringstijd van Seleucus is er strijd tussen de Diadochen. Hun oorlogen eindigen weliswaar in 301 v. Chr., maar de onderlinge strijd blijft gaande. Bij een poging om ook Macedonië en Thracië in te lijven wordt Seleucus, nadat hij zijn rivaal in Thracië heeft verslagen, door Ptolemaeus Keraunos, koning van Macedonië, vermoord.
De opvolgers van Seleucus zijn: Antiochus I (281), Antiochus II (261) en Seleucus II (246). In 247 v. Chr. maakt Parthië zich los van het Rijk van de Seleuciden en wordt een onafhankelijke staat.
De geschiedenis van de Parthen en de daarop volgende Sassaniden is beschreven in de geschiedenis van het Nieuw-Perzische Rijk op deze website onder “Algemene Geschiedenis 2000 v. Chr.” / Volken in het Midden-Oosten (2) / Perzië tot het jaar 651. In dat jaar eindigt het Sassanidische Rijk.
De overige delen van het Seleucidische Rijk in het Midden-Oosten hebben hun eigen ontwikkeling en geschiedenis.
Het Rijk van de Ptolemaeën in Egypte
Generaal Ptolemaeus verklaart zichzelf in 306 v. Chr. tot farao van Egypte. Zijn dynastie regeert tot 30 v. Chr., het jaar waarin de Romeinen Egypte inlijven in hun grootse Romeinse Rijk. Hij is de stichter van de Egyptische dynastie van de Ptolemaeën. Deze dynastie zal zo'n vijftien farao's voortbrengen in de komende 300 jaar. Ptolemaeus eerbiedigt de Egyptische religie, bouwt vele tempels en houdt de bestaande rituelen in stand. Er vindt een mengeling plaats van de Egyptische en Griekse cultuur. Hij laat voor de scheepvaart de vuurtoren van Pharos bouwen, één van de zeven wereldwonderen uit de Oudheid. Er breken gouden tijden aan in Egypte, ook in wetenschappelijk opzicht. Alexandrië wordt hoofdstad en centrum van geleerdheid met zijn universiteit en enorme bibliotheek.
Onder de Ptolemaeën komen vele incompetente farao's voor. Er is veel moord en strijd om de macht binnen de familie, waar niemand veilig is en waar veel inteelt voorkomt. Huwelijken tussen broers en zusters en ouders brengen veel erfelijke gebreken met zich mee. De meest voorkomende namen in de dynastie zijn Ptolemaeus en Cleopatra, verder komen veel voor de namen Bernice en Arsinoë.
Het laatste lid van de dynastie van de Ptolemaeën is de bekende Cleopatra (in feite Cleopatra VII). Cleopatra gaat een verhouding aan met de Romeinse generaal Julius Caesar, Uit deze verhouding wordt een zoon geboren, Caesarion. Deze wordt later op last van de Romeinse keizer Octavianus omgebracht. Na de moord op Julius Caesar in 44 v. Chr. bindt Cleopatra zich aan Marcus Antonius, één van de leden van het Romeinse Tweede Triumvaat (naast Octavianus en Lepidus). Nadat Octavianus de volle macht van Rome inzet tegen Egypte en een relatie met Cleopatra van de hand wijst, beneemt Cleopatra zich in 30 v. Chr. van het leven. Dit is het einde van de dynastie van de Ptolemaeën.
De geschiedenis van de farao’s van de dynastie van de Ptolemaeën is beschreven op deze website onder “Algemene Geschiedenis / Egypte / Ptolemaeën (306- 30 v. Chr.)”.
Het Grieks-Macedonische Rijk in de periode na Alexander de Grote
In de Grieks-Macedonische wereld in deze periode heerst, zoals gezegd, grote rivaliteit en concurrentie tussen de generaals om de macht in de diverse delen van het nagelaten Rijk van Alexander de Grote. Vooral de macht over het oorspronkelijke rijk Macedonië is een prestigekwestie voor hen. Dit leidt tot de oorlogen en veldslagen. Tussendoor worden er onderling afspraken gemaakt over herverdelingen van de satraapgebieden (Rijksdelingen in 322 en 320) en over de toewijzingen wie waar koning of regent zal zijn.
Generaal Antigonus speelt een belangrijke rol in deze strijd tussen de opvolgers van Alexander de Grote. Hij is de stichter van de dynastie van de Antigoniden. In zijn thuisland is generaal Antipater stadhouder (regent) van Macedonië en Griekenland (link 200vChr GrMac), destijds aangesteld door Alexander de Grote gedurende diens buitenlandse veldtochten. Na de dood van Alexander de Grote is er in het thuisland onderlinge strijd tussen de Griekse stadstaten en de Macedoniërs. Antipater komt als winnaar uit de bus en roept zich uit tot koning van Macedonië. Na zijn dood in 319 v. Chr. grijpt zijn zoon Kassander de macht. De stadstaten blijven zich verzetten, maar na 20 jaar oorlog kan Kassander zich koning van Macedonië noemen. In 297 v. Chr.sterft hij en weer is er strijd om de macht. Demetrius, zoon van generaal Antigonus, verovert na 3 jaar strijd Macedonië en daarna ook grotendeels Griekenland. In 286 v. Chr. verliest hij de strijd in Klein-Azië tegen Seleucus en sterft 3 jaar later in gevangenschap. Zijn zoon Antigonus II herkrijgt in 276 v. Chr. weer de macht in Macedonië/Griekenland. De Antigoniden blijven de eeuwen daarna in gevecht met de nog steeds opstandige Griekse stadstaten. Rond 214 v. Chr. ontstaan er schermutselingen met de opkomende Romeinse heersers. Die hebben geleid tot de Macedonische Oorlogen.
Generaal Antigonus pretendeert koning van Macedonië te zijn, maar is tot aan zijn dood in 301 v. Chr. feitelijk slechts heerser over delen van Anatolië en de Levant. Zijn kleinzoon Antigonus II wordt in 276 v. Chr. wel feitelijk koning over Macedonië/Griekenland.
Generaal Lysimachus is ook één van de strijders om de macht in opvolging van Alexander de Grote. Hij bestuurt Thracië, waar hij in 305 v. Chr. de koningstitel aanneemt. In 285 v. Chr. verovert hij Macedonië op Pyrrhus van Epirus en is daar koning tot zijn dood 4 jaar later. Dit koningschap vindt dus plaats in het vacuüm tussen Demetrius en Antigonus II (286 - 276 v. Chr.). Antigonus II regeert van 276 - 239 v. Chr. en wordt opgevolgd door Demetrius II (239 - 229 v. Chr.) en Antigonus III (229 - 221 v. Chr.).
Wat gebeurt er tegelijkertijd elders in de wereld in de hiervoor beschreven tijd? Dus tijdens de Hellenistische periode, de tijd van de Diadochen? Dat kun je zien in document “WDP (6)”.
Een tussentijdse oriëntatie van de geschiedenis van de Grieken als hiervoor beschreven (Oud-Griekse tijd t/m deze Hellenistische periode) is te zien in de document ”Tussentijdse oriëntatie (2)” en ”Tussentijdse oriëntatie (2a)”.
Ontwikkeling architectuur
De bouwkoorts van de Grieken bereikt omstreeks 400 v. Chr. haar hoogtepunt. Dat is dus nog vóór de tijd van Alexander de Grote. Daarna treedt verval in, veroorzaakt door de interne oorlogen in die tijd. Dit betekent het einde van de Oud-Griekse architectuur. Omstreeks 300 v. Chr. komt de Hellenistische architectuur op. Deze heeft een grotere vormvrijheid dan de voorgaande architectuur. Dit komt tot uiting in het gebruik van materialen als beton, de aanleg van grootschalige projecten en de bouw van hele steden. In deze periode bereikt de Griekse architectuur opnieuw een hoogtepunt. Twee van de zeven klassieke wereldwonderen komen onder deze architectuur tot stand: De Kolossus van Rhodos en de Pharos (vuurtoren) van Alexandrië. Ook de Bibliotheek van Alexandrië is een staaltje van architectonisch vernuft.
Na ca. 150 v. Chr. wordt de Griekse architectuur door de Romeinen overgenomen. Bouwwerken met typisch eigen Griekse architectuur komen nog maar sporadisch voor. De Griekse architectuur heeft nog wel decennialang invloed op de Romeinse architectuur, maar wordt naderhand verdrongen door de superieure ingenieurskunst van de Romeinen. Deze ontwikkeling speelt zich af in de Hellenistische periode van zo'n 300 jaar (van 334 - 30 v. Chr.).
Ter oriëntatie sluiten we dit deel van de geschiedenis van de Grieken af met het overzicht in document "Tijdlijn Grieken". Het volgende artikel gaat over de Romeinse overheersing, beginnende met de Macedonische Oorlogen tussen Rome en de Grieken.