Periode van reconstructie en wederopbouw (284 - 363)

Met het aantreden van keizer Domitianus breekt een periode van wederopbouw aan. Het zijn de laatste 100 jaren vóór het uiteenvallen van het Rijk in het West- en Oost- Romeinse Rijk in 395. Het proces van het uiteengroeien loopt gedurende deze periode. Weer 100 jaar later zal het Romeinse Keizerrijk in 476 zijn einde vinden. In de nu komende periode van wederopbouw regeren keizers met een min of meer despotisch karakter.

Het Dominaat (284 - 395)

Deze fase in het Keizerrijk is een periode met een dominerend en despotisch karakter van de keizercultus. De eerste die zich publiekelijk “meester en god” laat noemen en niet langer princeps (zoals in het Principaat) is keizer Diocletianus. Enkele van zijn voorgangers hebben echter al wel eerder stappen in die richting gezet, zoals bijvoorbeeld Caligula. Het feitelijke Dominaat loopt snel af, maar de keizer blijft wel vereerd worden als een god en wordt meer beschouwd als een (goed) meester van zijn onderdanen dan als een eerste onder zijns gelijken (princeps). Pas bij de invoering van het christendom als staatsgodsdienst (in 380 door Theodosius I) verliest de keizer zijn goddelijk aura, omdat het christendom alleen de God van de Bijbel (Jahweh) dient en vereert.

Keizer Diocletianus (284 - 305) is geboren in Delmatia (het huidige Kroatië) en is van eenvoudige komaf. In zijn militaire loopbaan krijgt hij hoge posities en wordt zelfs negen keer consul. Hij verslaat zijn tegenkeizer (zoon van de vorige keizer) en benoemt zijn generaal Maximianus (286 - 305) tot medekeizer. Diocletianus regeert in het oosten, Maximianus in het westen. De twee keizers verheffen Milaan en Nicomedia (in Asia) tot nieuwe hoofdsteden (Rome is op dat moment minder geschikt). Hiermee vermindert de invloed van de Senaat in Rome in sterke mate. In 293 wijzen Diocletianus en Maximianus ieder een opvolger aan (respectievelijk Galerius en Constantius I). Dezen krijgen direct autoriteit over ongeveer een kwart van het rijk. Tetrarchie 1In deze tetrarchie (regeringsvorm van vier heersers) neemt ieder van hen een deel van het immense rijk voor zijn rekening. De instelling van deze tetrarchie is in feite de kiem van de toekomstige scheiding van het Rijk in een West- en Oost- Romeinse Rijk. Diocletianus voert veel hervormingen door. Dit heeft het effect dat dit deel van het Rijk het bestaan van het latere Oost-Romeinse Rijk (het Byzantijnse Rijk) aanzienlijk verlengt. Het zal na de val van het West-Romeinse Rijk in 476 nog bijna duizend jaar bestaan, namelijk tot de val van Constantinopel in 1453. Diocletianus is een uitstekend organisator en brengt grote verbeteringen aan op monetair, militair en administratief vlak. Op godsdienstig gebied vaardigt hij in 303 een edict uit, waarmee opnieuw een periode van christenvervolgingen begint. Daar komt pas een eind aan in 313 als keizer Constantijn de Grote godsdienstvrijheid proclameert met het Edict van Milaan. In 305 kondigt Diocletianus aan dat hijzelf en Maximianus over twee maanden gaan aftreden en dat Galerius en Constantius I hen zullen opvolgen. Die zullen opnieuw twee medekeizers moeten benoemen. Hiermee doorbreekt Diocletianus de grillige wijze waarop tot nu toe het leger keizers benoemde. Diocletianus trekt zich terug in zijn paleis in zijn geboortestreek en wijdt de rest van zijn leven vooral aan tuinieren.

Tetrarchie 2In 305 ontstaat zo de tweede tetrarchie. In het oosten regeren Galerius (305 - 311) en zijn opvolger Maximinus II (306 - 313), in het westen Constantius I (305 - 306) en zijn opvolger Severus II (306 - 307). Severus is strijdmakker en vriend van Galerius. Als Constantius I in 306 in Britannia sterft, roept het leger zijn zoon Constantijn I (Constantijn de Grote) uit tot keizer. Galerius benoemt echter Severus II tot keizer. Bovendien claimt Maxentius (zoon van Maximianus) het keizerschap. Severus II sterft onder verdachte omstandigheden en wordt opgevolgd door Licinius (307 - 324), terwijl ook Constantijn I als keizer wordt erkend in Gallia en Britannia. Hiermee begint in 306/307 de derde tetrarchie, waarbij Constantijn I en Maxentius als tegenkeizers strijden om de macht.Tetrarchie 3b Als Galerius in 311 sterft, volgt Licinius ook hem op in het oosten. Hij deelt met Maximinus II (voor slechts twee jaar) het oosten van het Rijk. In 312 verslaat Constantijn I zijn rivaal Maxentius in de Slag bij de Milvische Brug. Het is een belangrijke veldslag in de Romeinse geschiedenis. Beroemd is de uitspraak van Constantijn dat hij de overwinning aan de God van de christenen te danken heeft. Deze God is volgens de overlevering in eenConstantijn Kruis visioen met een kruis aan hem verschenen met de woorden "In dit teken zal je overwinnen". Deze gebeurtenis zal uiteindelijk leiden tot zijn bekering tot het christendom.

Constantijn (I) de Grote (306 - 337) gaat door allianties, militaire overwinningen en meevallers over een steeds groter deel van het Romeinse Rijk regeren, tot hij in 324 alleenheerser zal worden. In 313 maken Licinius en Constantijn een einde aan de christenvervolgingen door volledige godsdienstvrijheid af te kondigen (Edict van Milaan). In hetzelfde jaar 313 bevechten Maximinus en Lucinius elkaar in een veldslag bij Byzantium. Maximinus verliest, vlucht en wordt gedood. Licinius neemt zijn gebieden over. Constantijn organiseert in 314 het Concilie van Arles (een kerkvergadering over afvallige christenen) vanwege zijn bezorgdheid over de politieke instabiliteit in Noord-Afrika. In hun beider streven naar alleenheerschappij komen Constantijn en Licinius (die zwagers van elkaar zijn!) tot veldslagen in 314, 317, 321 en 324. Licinius begint in 320 in het oosten nieuwe christenvervolgingen, als provocatie van Constantijn in het westen. Dit loopt uiteindelijk uit op de grote burgeroorlog van 324. Lucinius lijdt de definitieve nederlaag en wordt geëxecuteerd. Constantijn is nu alleenheerser over het Romeinse Rijk. De tetrarchie heeft definitief afgedaan.

Constantijn rekent voorgoed af met de Pretoriaanse Garde, die zijn voorganger Maxentius had gesteund en die in het verleden vaak een bedreiging vormde voor de keizer. In 325 wordt het twintigste regeringsjaar van Constantijn gevierd en verrijst zijn triomfboog (nog ter ere van zijn overwinning op Maxentius). Constantijn raakt betrokken bij religieuze discussies (waarvoor hij niet is opgeleid) en organiseert (ook in 325) het Concilie van Nicea, waar de dwaalleer van Arius wordt verworpen. In een document wordt de conclusie vastgelegd dat Christus geen schepsel is (volgens Arius),Arius Nicea 1 Tekst maar volledig goddelijk (volgens Athanasius), anders kon Hij niet de hele wereld redden (zie Geloofsbelijdenis van Nicea). Geloofsbelijdenis van Nicea TekstVoor het concilie worden alle 1800 bisschoppen uit het Romeinse Rijk en enkele buurstaten uitgenodigd; er komen 300 opdagen om mee te praten over onder meer de leer van Arius. Het concilie stelt ook een algemeen credo op (de Apostolische Geloofsbelijdenis) dat tot op vandaag nog wordt beleden. Constantijn voltooit in 312 de basiliek op het Forum Romanum waar Maxentius aan begonnen was en plaatst er een kolossaal beeld van hemzelf in. In Rome bouwt hij verder de eerste kerken, de Sint-Pieter (de eerste Sint-Pieterkerk in de vorm van een basilica; in 1506 gesloopt voor een nieuw ontwerp), de Sint-Jan van Lateranen en de Sint-Paulus buiten de Muren. In Jeruzalem bouwt hij de Heilig Grafkerk en in Bethlehem de Geboortekerk. Zijn moeder Helena, inmiddels christin geworden, ontdekt in Jeruzalem diverse belangrijke relikwieën en neemt een aantal mee naar Rome, waaronder delen van het Heilige Kruis en de Heilige Trap. De Heilige Trap is nu een bedevaartsoord, gelegen tegenover de basiliek van Sint-Jan van Lateranen. Op de trap doen gelovigen vandaag de dag nog steeds boete voor hun zonden.

Rome Byzantium 1Inmiddels is de rol van Rome steeds kleiner geworden. Constantijn verplaatst in 330 de hoofdstad naar de Griekse stad Byzantium, die strategisch beter gelegen is en ook beter te verdedigen is, dankzij de massieve muren op de oever van de Bosporus. Constantijn breidt de stad flink uit en er verrijzen talloze nieuwe bouwwerken (groot keizerlijk paleis, hippodroom, thermen, vele kerken en het Forum van Constantijn). Na zijn dood krijgt de stad naar hem vernoemd: Constantinopel (het huidige Istanbul). Constantinopel zal de komende duizend jaar de belangrijkste stad van de wereld zijn. Op militair gebied is Constantijn zeer succesvol. Hij verslaat in 332 de Goten en stelt de Donaugrenzen veilig. In 334 verslaat hij de Sarmaten. Hij neemt talrijke maatregelen voor de stabilisatie van de Rijn- en Donaugrenzen. Ook voert hij vele legerhervormingen door. Constantijn heeft een goede relatie met Perzië en gebruikt de relatie om de christenvervolgingen in Perzië tegen te gaan.

Constantijn is de eerste christelijke keizer. In zijn tijd is ongeveer twintig procent van de Romeinse bevolking christen en een groter percentage van de militairen hangt het christelijke geloof aan. Constantijn verleent de christelijke minderheid vele privileges en promoot het christelijk karakter in de samenleving. Pas vlak voor zijn dood in 337 laat hij zich dopen. Zijn dynastie zal voortduren tot de dood van Julianus in 363. Constantijn wordt opgevolgd door zijn drie zonen.

Na de dood van Constantijn de Grote in 337 erven zijn drie zoons (Constantijn II, Constantius II en Constans I) het Rijk. Zij zijn door Constantijn al vroeg tot opvolgers benoemd. Alle andere familieleden van hun vader, die een claim op de troon zouden kunnen leggen, laten ze vermoorden. Rome Constantijn 1Het Rijk wordt in drieën gedeeld en zij oefenen elk de macht uit over hun deel van het Romeinse Rijk. Deze situatie leidt tot veel strijd tussen de broers (oorlog en een bloedbad). Constantius komt uiteindelijk als overwinnaar tevoorschijn.

Constantijn II (337- 340) krijgt Britannia, Germania, Gallia, Hispania en een stuk van Mauretania. In 340 trekt hij ten strijde tegen Constans in Italië met wie hij ruzie heeft over onderlinge verdeling van land. Constantijns leger wordt verslagen en hijzelf komt om het leven. Constans neemt zijn gebieden over.

Constans I (337 - 350) heeft zelf Italia, Afrika, Illyricum, Macedonia en Achaea. Constans moet direct in 337 strijden met de Sarmaten en weet een klinkende overwinning te behalen. In 340 verslaat hij zijn broer Constantijn en wordt heerser over heel het westelijk Rijk. Als keizer is Constans minder competent. In zijn eerste jaren is hij gematigd, maar hij wordt later meer een tiran. Constans staat achter de besluiten van Nicea over de afwijzing van het Arianisme, waar zijn broer Constantius juist een aanhanger van is. Dit leidt tot conflicten die echter door een pragmatische oplossing in 343 nog net niet tot een oorlog leiden. In de laatste jaren van zijn bewind ontwikkelt Constans een reputatie voor wreedheid en wanbeleid. Het leger benoemt Magnentius tot tegenkeizer, Constans moet voor zijn leven vluchten en wordt in 350 vermoord.

Constantius II (337 - 361) regeert in het Oosten. In 339 krijgt hij van Constans ook Macedonië en Achaea erbij. Bij de dood van Constans is Constantius in feite alleenheerser in het Rijk. Hij moet alleen tegenkeizer Magnentius nog uit de weg ruimen. Constantius benoemt in 351 zijn neef Gallus tot onderkeizer en gaat in Italië   de strijd aan met Magnentius. In de tweede veldslag in 353 wordtKader 6 Magnentius (350 - 353) definitief verslagen. Constantius laat Gallus, die onbekwaam, wreed en opstandig is, in 354 ter dood brengen. Gedurende zijn hele regeringstijd heeft Constantius te maken met regelmatig invallen van de Perzen. Hij weet deze veelal af te slaan. Hij voert ook succesvolle campagnes tegen Germaanse stammen. Zo verslaat hij in 354 de Alemanni en in 357 levert hij bij de Donau slag tegen de Quaden en Sarmaten. In 355 benoemt Constantius zijn neef Julianus (broer van Gallus) tot opvolger en stuurt hem naar Gallia. Deze heeft daar, hoewel boekenwurm en geen militaire ervaring, zoveel succes, dat zijn troepen hem in 360 tot keizer uitroepen. Een burgeroorlog wordt voorkomen door de (natuurlijke) dood van Constantius in 361. Julianus de Afvallige 2Julianus II (361 - 363) is inmiddels teruggevallen tot het heidendom, schaft het christendom als staatsgodsdienst weer af en blaast de oude cultus van de goden nieuw leven in. Hij wordt dan ook Julius de Afvallige genoemd. Julius haalt de bezem door de hofhouding, duizenden worden op straat gezet, soberheid wordt regel. Tempels worden opgeknapt en de offercultus wordt in oude glorie hervat. Hij schenkt 600.000 eigen boeken aan de bibliotheek. Christenen worden niet vervolgd, maar wel uitgesloten van ambten, onderwijs, legerleiding en rechterlijke macht. Julianus heeft door opgedane ervaringen van misstanden een afkeer gekregen van het christendom. In 363 verslaat Julianus de Perzische koning Shapur II. Door een samenloop van omstandigheden gaat het daarna echter niet goed met het leger. Julianus wordt uiteindelijk door een ruiterspeer gedood. Hij had vele kwaliteiten, maar was besluiteloos (afhankelijk van de goedkeuring van de goden) en religieus fanatiek.

Het leger benoemt generaal Jovianus (363/364) tot keizer. Na een moeizame terugtocht moeten de Romeinen uiteindelijk een schandelijke vrede sluiten met de Perzen. In feite is dit het einde van de hegemonie van Rome in het Midden-Oosten. De Perzen annexeren Armenië en daarmee begint de afbrokkeling van het Romeinse Rijk. Jovianus herstelt het christendom als de staatsgodsdienst. Hij spreekt de hoop uit dat al zijn onderdanen de christelijke religie zullen omarmen, maar hij laat ieder vrij zijn eigen geloof te kiezen. Ook de heidenen mogen hun goden eren in hun tempels en de Joden worden niet meer vervolgd. Jovianus sterft door een onbekende oorzaak. Hij regeert slechts acht maanden. Onder de keizers Gratianus en Theodosius I, minder dan dertig jaar later, zullen heidense ceremoniën worden verboden en zal het heidendom in de vergetelheid raken.

Rond het jaar 300 zijn er diverse bouwwerken tot stand gekomen.

Valentinianus I nr 1Cavalerieaanvoerder Valentinianus I (364 - 375) wordt door het leger verkozen tot keizer. Hij benoemt direct zijn broer Valens tot medekeizer. Deze regeert in het Oosten, hijzelf in het Westen. Valentinianus neemt zijn zoon Gratianus mee op zijn campagnes tegen de Germanen en benoemt hem in 367 tot medekeizer. Gratianus heeft echter weinig militaire vaardigheden. Valentinianus is het grootste deel van zijn 11 jaar durende regering bezig met het versterken van de Romeinse verdedigingswerken en het neerslaan van de vele opstanden. Hij strijdt tegen Alemannen, Bourgondiërs en Saksen. De campagnes zijn zeer moeizaam. Een opstand in Britannia (Picten en Schotten) wordt door generaal Theodosius de Oudere bedwongen. Verder zijn er opstanden in Africa en onder de Quaden (Germanen aan de Donau) en de Sarmaten (een nomadenvolk bij de Zware Zee). Valentinianus is als keizer eerlijk en hardwerkend, sticht scholen en geeft geen belastinggeld uit aan luxe zaken, maar aan forten en andere praktische dingen, zoals gratis medische zorg voor de armen in Rome. Valentinianus is zelf christen, maar er is voor iedereen geloofsvrijheid. Hij krijgt in 375 tijdens een driftbui bij vredesonderhandelingen een hersenbloeding en sterft. Het leger heeft niet veel vertrouwen in zijn zoon Gratianus en roept zijn vierjarige halfbroer, Valentinianus II, uit tot medeopvolger. De beide broers delen de heerschappij in het Westen. Valentinianus is de laatste grote West-Romeinse keizer.

Valens 1Keizer Valens (364 - 378) regeert in het Oosten. Hij heeft niet, zoals de meeste keizers, een militaire carrière doorlopen. Als eerste krijgt hij te maken met een opstand van Procopius (365-366), een overlevend familielid, die zich in Caesarea tot tegenkeizer heeft laten uitroepen. Pas na moeizame en langdurige voorbereiding kan Valens hem verslaan. Er zijn schermutselingen met de Goten aan de overzijde van de Donau en ook met de Perzen en er zijn invallen van andere omliggende volken. De mogelijkheden om aan de oostelijke grens weerstand te bieden worden steeds kleiner. Na de dood van zijn oudere broer Valentinianus in het Westen krijgt Valens te maken met zijn zeer jonge medekeizers Gratianus en Valentinianus II. In 378 restaureert en verlengt Valens het twintig meter hoge aquaduct in Constantinopel. Rond deze tijd veroorzaken de Hunnen, een woest nomadenvolk van keiharde veroveraars uit Centraal-Azië, een ware volksverhuizing in Europa. De Goten vluchten voor hen uit naar het westen en krijgen van Valens toestemming zich op Romeins grondgebied in Thracië te vestigen. De Goten worden daar echter vreselijk uitgebuit en komen in opstand. Zij overmeesteren het plaatselijke leger. Valens gaat met zijn leger naar Thracië, wil niet wachten op versterking van het westelijk leger van Gratianus en gaat overmoedig de strijd aan. Hij lijdt een smadelijke nederlaag in de Slag bij Adrianopel in 378. Twee derde van zijn leger komt om en ook hijzelf sneuvelt in deze veldslag. Valens verschilt in theologische opzicht met zijn broer Valentinianus I. Hij staat achter de leer van Arius, terwijl zijn broer achter de geloofsbelijdenis van Nicea staat. Na de dood van Valens loopt het Arianisme in het Oost-Romeinse Rijk echter op zijn einde. Gratianus en Valentinianus II zijn tot de benoeming van Theodosius I in het Oosten de enige keizers in het Rijk (378 - 379).

Gratianus 1Keizer Gratianus (367 - 383) (West) is eerst medekeizer van zijn vader Valentinianus I. Na diens dood in 375 is hij medekeizer van zijn broer Valentinianus II. Bij het leger geniet Gratianus weinig respect. Als hij Valens bij de opstand van de Goten te hulp schiet, laten de generaals, tegen zijn bevel, een aantal legioenen in West blijven. Achteraf een goede zet, want de Alemannen doen een aanval. Zij worden volledig verslagen door de achtergebleven troepen. Bij de dood van Valens heeft Gratianus, zelf dus geen militair, een groot probleem. Snel haalt hij generaal Theodosius (zoon van Theodosius de Oudere) uit Spanje en maakte hem aanvoerder van de oostelijke troepen. Deze heeft aardig wat succes tegen de Goten en begin 379 benoemt Gratianus hem tot keizer in Oost. Hij gaat zelf weer terug naar het westen. Gratianus is christen en laat onder invloed van bisschoppen veel wetten uitvaardigen tegen het oude Romeinse veelgodendom. Daar is veel weerstand tegen. Als antwoord daarop weigert Gratianus voortaan de titel Pontifex Maximus (opperpriester) te voeren. Deze titel wordt sindsdien gevoerd door de pausen. In 383 komt Maximus in Britannia in opstand. Hij is een neef van Theodosius de Oudere en door het leger tot tegenkeizer uitgeroepen. Hij neemt Gallia en Spanje in bezit. Gratianus trekt tegen hem ten strijde, maar wordt bij Parijs door zijn troepen verraden en vlucht. Tijdens de vlucht wordt hij gevangengenomen en vermoord.Kader 7 Keizer Maximus (383 - 388) regeert vijf jaar vanuit Trier over Britannia, Gallia en Spanje. Hij valt later Italië binnen, maar door bemiddeling van bisschop Ambrosius van Milaan komen Maximus, Valentinianus II en Theodosius I overeen elkaar met rust te laten. Het is een ongemakkelijk compromis en het loopt uit op een veldslag in 388 in Slovenië. Maximus wordt verslagen en gedood. De laatste eeuw voor de ondergang van het Romeinse Rijk in het Westen zal in het teken staan van geruzie tussen de kerk en de keizer, generaals die de dienst uitmaken en barbaarse volken die de legers besturen.

Valentinianus II nr 2Keizer Valentinianus II (375 - 392) (West) heeft als zeer jonge keizer, in een rijk dat er toch al niet goed voor staat, weinig macht. Zijn moeder manipuleert en bestuurt hem. Zijn positie wordt in 383 ook nog ondermijnd door tegenkeizer Maximus (zie hiervoor). Maximus wordt verslagen en Valentinianus is weliswaar weer keizer over het hele westelijke rijk, maar het is duidelijk dat Theodosius I de echte macht heeft. In 392 komt Valentinianus, waarschijnlijk door zelfmoord, om het leven.                                                                             i.p.v. schema link ???

Theodosius SchemaKeizer Theodosius (I) de Grote (379 - 395) is zoon van generaal Theodosius de Oudere. Theodosius wordt door Gratianus tot keizer in Oost benoemd als hij te hulp is gekomen in de strijd tegen de Goten in Thracië. Theodosius de Grote 1Theodosius weet zonder veel veldslagen of hervormingen de nationale eenheid binnen het Rijk tot stand te brengen. De Goten worden in korte tijd van vijanden tot waardevolle volksgenoten. Theodosius zet zich in voor de armen, is vergevingsgezind en vaardigt wetten uit voor een rechtvaardiger leven en minder wreedheid. Hij roept in 381 het oecumenische Concilie van Constantinopel bijeen, waarin geestelijken uit heel het Rijk zijn vertegenwoordigd. Het concilie bevestigt de geloofsbelijdenis van Nicea. Theodosius onderschrijft van harte deze geloofsbelijdenis. Als medekeizer van Gratianus in West bewilligt Theodosius in 383 in het keizerschap van Maximus in Trier, maar verslaat hij hem vijf jaar later als het eerder gesloten compromis uit de hand loopt.

In 391 roept hij het christendom uit tot de officiële staatsreligie in het hele Rijk. Als christelijk keizer dringt hij in sterke mate het traditionele godendom in het Oosten terug. Hij laat tempels sluiten of verandert ze in kerken. Hij bestrijdt ketters binnen het christendom.

Als Valentinianus in 392 sterft, trekt Theodosius ten strijde tegen Arbogast en de door deze in West tot keizer benoemde Eugenius (392 - 394). Generaal Arbogast is als opperbevelhebber op dat moment de machtigste man in West en is als beschermer van Valentinianus aangewezen. Theodosius verdenkt Arbogast van moord op zijn beschermeling en is het niet eens met de aanstelling van Eugenius. Theodosius verslaat Eugenius en Arbogast en beiden vinden de dood.

Obelisk Thoetmosis III van TheodosiusDe grootste zwakte van Theodosius is zijn onbeheersbaarheid bij woede. Hij neemt dan ondoordachte maatregelen waarover hij later spijt moet betuigen. Zo laat hij als straf voor een opstand 7.000 inwoners van Thessaloniki meedogenloos afslachten. Bisschop Ambrosius dwingt hem tot boetedoening. Dit is de eerste keer dat het gezag van de kerk groter is dan dat van de keizer. Theodosius doet veel aan verfraaiing van Constantinopel. Hij laat de obelisk van Thoetmosis III (uit Karnak in Egypte) komen om die te plaatsen in het Hippodroom in Constantinopel. Het deel dat goed overkomt, wordt op een sokkel geplaatst met daarop de beeltenis van de keizer. Het Forum (plein) in Constantinopel wordt opnieuw ingericht als het Forum van Theodosius, met inbegrip van een zuil en een triomfboog te zijner ere. In 395 wordt Theodosius ernstig ziek, knapt wel weer op, maar sterft toch onverwachts.