Buitenlandse veroveringen
Vanaf nu groeit Rome uit tot een wereldrijk. Tot aan het begin van het Keizerrijk breidt het rijk zich uit naar Macedonië, Syrië, Griekenland, Asia, Pontus, Iberië (Spanje) en Gallië (Frankrijk). Voor een overzicht van de gebieden, zie de kaart.
Macedonische Oorlogen (214 v. Chr. - 148 v. Chr.) Alexander de Grote van Macedonië veroverde al in 323 v. Chr. (in het begin van de Binnenlandse Veroveringen van Rome) grote delen van het Oosten tot aan India. Zijn opvolgers (generaals van hem) regeren daarna elk in een deel van dat gebied. Vanaf 221 v. Chr. is Philippus V koning in Macedonië. Een eerste conflict met Rome ontstaat wanneer Macedonië veldheer Hannibal steunt tegen Rome (214 - 205 v. Chr.).
Een tweede oorlog volgt als Rome de Grieken helpt als zij zich willen vrijmaken van Macedonië (200 - 197 v. Chr.). Perseus, opvolger van zijn vader Philippus V, tracht evenals zijn vader de machtsuitbreiding van de opkomende wereldmacht Rome naar het Oosten toe tegen te werken en uit te schakelen. Na veel politieke intriges wil Rome voorgoed afrekenen met Macedonië. Perseus verliest in de derde Macedonische Oorlog (171 - 168 v. Chr.). De Macedonische monarchie wordt afgeschaft en Macedonië wordt in vier republieken verdeeld. In de vierde oorlog (149 - 148 v. Chr.) overwinnen de Romeinen uiteindelijk definitief de Macedoniërs en wordt Macedonië een provincie van het Romeinse Rijk.
Overige buitenlandse veroveringen In de Punische Oorlogen (264 - 146 v. Chr.) komt Rome in conflict met vele landen rond het Middellandse Zeegebied. Landen gaan allianties met elkaar aan en komen elkaar te hulp in de strijd tegen Rome.
Op het Carthaagse grondgebied in Afrika wordt de provincie Africa gesticht. Numidië wordt een bondgenoot van Rome, later een vazalstaat. Het hele kustgebied van Libië komt onder Romeins gezag. Noord-Afrika wordt de graanschuur voor het Romeinse Rijk en leverancier van olie voor het eten, vis, ivoor en wilde dieren voor de spelen. Koning Antiochus III de Grote van Syrië (van het Rijk van de Seleuciden) doet een poging om de toenemende Romeinse macht over Griekenland terug te dringen. Hij lijdt echter in 190 v. Chr. zware nederlagen tegen de Romeinen, die hem nu ook zijn macht in Klein-Azië gaan betwisten. Hier wordt Antiochus steeds meer teruggedrongen. Vanaf 190 v.Chr. gaat het steeds duidelijker worden dat geen mogendheid in het Middellandse Zeegebied op den duur stand kan houden tegen het oppermachtige Rome. Ook Macedonië komt in conflict met Rome. In een viertal oorlogen (zie hiervoor) verslaat Rome Macedonië. De constante aanwezigheid van Rome in hun land verontrust de Grieken. Zij verklaren Rome de oorlog, maar hebben geen schijn van kans. In 146 v. Chr. wordt Griekenland onder de voet gelopen. De Romeinen verwoesten de stad Korinthe om een voorbeeld te stellen. Alle mannen van Korinthe worden gedood, de vrouwen worden op de slavenmarkt verkocht. Koning Attalus III van Pergamum sterft in 133 v.Chr. kinderloos en laat zijn koninkrijk (een groot deel van westelijk Klein-Azië) bij testament na aan de staat Rome. Een halfbroer van hem claimt echter de erfenis en brengt een leger bijeen. In 129 v.Chr. wordt hij door Rome overmeesterd. Pergamum wordt de Romeinse provincie Asia (het huidige Turkije). In 121 v. Chr. worden de Kelten in Noord-Italië (in de Po-vlakte) onderworpen. Even later voert Rome strijd met een aantal Germaanse stammen die een nieuw woongebied zoeken en op Romeins grondgebied komen. De Cimbrische Oorlogen (113 - 101 v. Chr.) zijn veldslagen tussen Rome en de Noord-Germaanse stammen Cimbren, Teutonen en Ambronen. Deze stammen trekken met wel 300.000 man zuidwaarts om een nieuw woongebied te zoeken. Het komt tot viermaal toe tot een treffen. In de laatste slag worden de Germanen verpletterend verslagen. In deze Cimbrische Oorlogen worden aan beide kanten grote verliezen geleden. Om het Romeinse leger weer aan te vullen, belooft generaal Gaius Marius de soldaten een onkostenvergoeding, uitgroeiend tot een salaris. Koning Mithridates V van Pontus
(aan de Zwarte Zee in Klein-Azië) voert een pro-Romeinse politiek en komt Rome vaak te hulp. Zo stuurt Pontus onder meer troepen om de Romeinen terzijde te staan tijdens de Derde Punische Oorlog. Later voert Pontus echter een anti-Romeinse politiek. In zijn oorlog met buurland Bithynië (een vazalstaat van Rome) laat Mithridates VI de gehele Romeinse bevolking in Klein-Azië (80.000 zakenlieden) uitmoorden. Rome trekt ten strijde en weet te zegevieren. Mithridates is nog steeds vastbesloten om Rome te vernietigen. Hij onderneemt een nieuwe poging om de Romeinen uit Klein-Azië te verdrijven, maar verliest uiteindelijk en Pontus wordt in 63 v. Chr. een vazalkoninkrijk van Rome. In het westen richt Rome (consul/generaal Julius Caesar) zijn aandacht op Gallië. Dit gebied is verdeeld in verschillende stammen, waarvan sommigen Rome gunstig gezind zijn, andere totaal niet.
Gallië heeft veel last van de Germanen die regelmatig de Rijn oversteken en invallen doen. Zo steken de Sueben in 61 v.Chr. de Rijn over om bevriende stammen te helpen tegen vijandige stammen. Hun leider is Ariovistus. De aangevallen en verslagen stammen zijn echter bondgenoten van de Romeinen in het onafhankelijke Gallië. Caesar komt hen te hulp en verslaat in 58 v. Chr. de Sueben bij Besançon in het huidige Frankrijk. Caesar onderneemt in dit jaar ook een veldtocht tegen de Helvetii (huidige Zwitsers) om hen te verhinderen weg te trekken. Caesar ziet namelijk de dreiging van de zuidwaarts trekkende Germanen uit het Noorden. In 57 v. Chr. trekt Caesar Gallië binnen om de bedreiging van het onafhankelijke Gallië weg te nemen en het
Rijk te beschermen tegen de invallen van de Germanen. In 54 v. Chr. komen de Eburonen (in België) in opstand, onder leiding van Ambiorex. In 53 v.Chr. komen de Gallische stammen collectief in opstand onder leiding van Vercingetorix. Omdat deze stammen veelal Keltisch zijn, noemt Rome hen Celtae. Er volgen vele veldtochten van Caesar door Gallië. In 51 v. Chr. omsingelt Rome de Galliërs in Alesia, belegert de stad en hongert de bevolking uit. Hulp van 150.000 bevriende Galliërs leidt niet tot een ontzetting. Alesia moet zich overgeven. Gallië wordt een Romeinse provincie. De rivier de Rijn wordt in Europa de grens van het Romeinse Rijk. Er vallen ontzettend veel doden. De Gallische oorlog heeft meer dan een miljoen levens gekost. En meer dan een miljoen slaven worden verkocht op de slavenmarkt.
Met deze buitenlandse veroveringen krijgt het Romeinse Rijk een grote omvang (zie de kaart). In 133 v. Chr. bestaat het rijk uit heel Italië (rood), Griekenland, Pergamon (de provincia Asia), Sicilia, Sardinia en Hispania. Tegen 44 v.Chr. maken heel Gallia en grote delen van Klein-Azië en Noord-Afrika deel uit van het rijk (bruin). Keizer Augustus (de eerste keizer van het Romeinse Keizerrijk) zal kort hierna aangrenzende gebieden veroveren (geel). In 117 na Chr. zal het rijk zijn grootste omvang bereiken (groen).