Laatste jaren Romeinse Republiek

In de laatste jaren van de Republiek heerst er grote politieke instabiliteit en sociale onrust in het Rijk. Er is een machtsstrijd gaande tussen arm en rijk. Senatoren, consuls en generaals komen deels voort uit de Optimates (aristocraten, de vroegere patriciërs) en deels uit de Populares (van minder hoge komaf, de vroegere plebejers). Gaandeweg wordt de hang naar geweld groter. Ook politici buiten de Senaat richten zich rechtstreeks tot het volk. Zo ook consul Marius, die als generaal in onder meer de Cimbrische Oorlogen (113 - 101 v. Chr.) veel roem verkrijgt. Marius zorgt voor noodzakelijke hervormingen van het leger. De hervormingen van het leger ondermijnen echter ook de Republiek, omdat de soldaten hun commandanten (hun broodheren) trouwer zijn dan de staat. Voortaan ligt mede hierdoor de werkelijke macht in het Romeinse rijk in handen van de legeraanvoerders, die veelal in het buitenland opereren. Ook dit versterkt de instabiliteit van Rome. De generaals streven doorgaans naar dictatoriale alleenheerschappij in het rijk.

De onderlinge rivaliteiten tussen arm en rijk en tussen de generaals onderling hebben een reeks Romeinse burgeroorlogen tot gevolg. Deze veroorzaken uiteindelijk een einde aan de Republiek. In 90 v. Chr. woedt er een grote burgeroorlog tussen het leger en opstandige Samnieten met bondgenoten. Inzet zijn gelijkheid en stemrecht. Er vallen duizenden doden en er zijn grote verwoestingen. De strijd levert ten slotte één algemeen burgerrecht op (Civites Romana). Een grote rol in de onderlinge consulstrijd speelt Sulla (Optimates), die voortdurend in oorlog is met Marius (Populares). Na de overwinning op Marius werpt Sulla zich in 82 v. Chr. als dictator. Hij richt een slachting aan onder consuls en rijke ondernemers (Equites). Sulla reorganiseert het staatsbestel en de wetgeving, ten gunste van de Senaat en ten koste van de Volkstribunen. De succesvolle generaal Pompeius is medestander van Sulla.

Na de dood van Sulla krijgen de Populares een sterke vertegenwoordiger in de persoon van de 20-jarige Julius Caesar. Deze wordt gouverneur in Zuid-Gallië. Caesar ziet de toenemende spanningen in Rome en vooral de vijandschap tussen de generaals Crassus en Pompeius. Dit is voor hem een constante bedreiging voor zijn eigen carrière. Caesar besluit de vijandschap tussen die twee te overbruggen. In 60 v.Chr. spreken ze af voortaan alles in samenspraak te doen. Pompeius regelt het leger, Crassus het geld en Caesar is dienende consul. In het Triumviraat (driemanschap) zal niets gebeuren dat één van hen tegenstaat.

In de periode van sociale onrust komen ook de slaven in opstand. De vroegere trouw en gehechtheid van de slaaf aan zijn meester, wordt in deze tijd van onvrede steeds minder. De slaven worden verbitterd tegen hun heren en komen in opstand. In 73 v. Chr. is er een grote slavenopstand onder leiding van Spartacus, een slaaf die met mede-gladiatoren aan de gladiatorenschool ontsnapt en een leger opbouwt van wel 70.000 ontsnapte slaven.Spartacus Kruisigingen Bronnikov Dit slavenleger trekt twee jaar lang door het land en verslaat keer op keer Romeinse legioenen, ook die van Crassus. Het zorgt voor een golf van paniek onder de Romeinse bevolking. Een leger van acht legioenen onder leiding van Crassus en Pompeius verslaat uiteindelijk het steeds groter geworden leger van Spartacus. Als straf en waarschuwing worden 6.000 slaven langs de 200 km lange Via Appia gekruisigd.

Caesar verovert in de periode 58 - 51 v. Chr. heel Gallië ten westen van de Rijn (hiervoor al beschreven onder de overige buitenlandse veroveringen). Zijn leger is hem absoluut trouw en dat geeft hem veel macht. De Senaat in Rome vreest voor die macht, maar ook Pompeius en Crassus zien Caesar, door zijn succes, steeds meer als een bedreiging. Caesar doet voorstellen om zijn macht in te perken, maar de Senaat wijst die af. In 50 v.Chr. geeft de Senaat aan Julius Caesar het bevel zijn legers te ontbinden en naar Rome terug te keren om terecht te staan voor vele aanklachten van corruptie en machtsmisbruik. Caesar slaat de bevelen in de wind. In 49 v.Chr. gaat hij met zijn leger terug naar Rome. Hij mag echter de rivier de Rubicon in begin Italië niet met zijn leger oversteken. Ten noorden van deze rivier geniet Caesar onschendbaarheid (hij is daar consul), ten zuiden van de rivier niet meer. Na wikken en wegen besluit Caesar toch de rivier over te steken ("De teerling is geworpen" oftewel "Er is geen weg terug").

Met deze daad van agressie is de burgeroorlog tussen Pompeius en Caesar een feit. Hij gaat met zijn leger naar Rome om de stad in te nemen. De Senaat verzoekt Pompeius Rome te verdedigen tegen Caesar en benoemt hem tot dictator. Tot een verdediging van de stad Rome komt het echter niet. Caesar is populair bij een groot deel van de bevolking en wint iedereen voor zich door zijn milde optreden. Rome zien een confrontatie niet zitten. Pompeius vlucht naar Brindisi. Caesar is niet van plan hem met rust te laten en gaat hem achterna. Marcus Antonius, een belangrijke aanhanger en trouwe vriend van Julius Caesar, moet in Rome orde op zaken stellen. De strijd die volgt tussen Caesar en Pompeius is zowel een persoonlijke bloedwraak als een strijd tussen de Populares en de Optimates. Burgeroorlog Caesar 1De lange politiek-militaire strijd (49 - 45 v. Chr.) wordt uitgevochten in Italië, Griekenland, Egypte, Afrika en Spanje. Zie voor het verloop van de strijd het overzicht. Pompeius wordt in Egypte op bevel van Ptolemaeus XIII vermoord. Caesar heeft een verhouding met koningin Cleopatra van Egypte. Uiteindelijk verslaat Caesar in 45 v. Chr. de laatste Optimates bij Munda in Spanje. Dit is de definitieve nederlaag van de partij van Pompeius (de Optimates). Caesar wordt dictator voor een periode van 10 jaar. Dit was het plan, maar het loopt anders … zoals we zullen zien.

Caesar laat zijn vijanden in leven en neemt ook hun bezittingen niet af. Hij geeft feesten voor het volk, geeft land aan de veteranen van het leger en voert sociale hervormingen door. Er komt een nieuwe tijdrekening, de naar hem genoemde Juliaanse kalender. Hierin wordt de maand juli ook naar hem vernoemd. Er ontstaat een persoonlijkheidscultus rond Caesar. Zijn machtshonger bezorgen hem weer nieuwe vijanden. Aristocratische leden van de Senaat worden steeds huiveriger voor zijn macht en beramen moordplannen. In maart 44 v. Chr. wordt Caesar door hen vermoord.

Antonius (militair commandant, vriend en trouwe aanhanger van Caesar) doet direct een poging de macht over te nemen. Hij bezet een deel van Gallië en knoopt banden aan met Cleopatra van Egypte. Caesar had echter in zijn testament zijn neef en adoptiefzoon Octavianus als opvolger aangewezen. De Senaat moedigt deze 18-jarige Octavianus aan tegenwicht te bieden. Zo laait de burgeroorlog weer op. Er volgt een veldslag in Spanje. Daar sneuvelen de twee consuls van Rome, waardoor er een machtsstrijd om de consultitel dreigt te ontstaan. Octavianus initieert opnieuw een driemanschap om de Senaat uit te schakelen. Hij vormt in 43 v. Chr. het tweede triumviraat: Octavianus, Antonius en Lepidus. De moordenaars van Caesar worden in Macedonië door Octavianus en Antonius opgespoord. Zij komen om het leven. De wraak op de moord op Caesar wordt voortgezet door vele van zijn vijanden te doden of vogelvrij te verklaren. Ook de beroemde filosoof en politicus Cisero, die zich publiekelijk tegen Caesar had verzet, wordt gedood. Octavianus is een politiek genie en brengt de Senaat op de hoogte van de anti-Romeinse plannen in het testament van Antonius. De Senaat verklaart Antonius tot een vijand van Rome. Het triumviraat valt uit elkaar in 33 v.Chr. Door meningsverschillen tussen Octavianus en Antonius loopt de spanning tussen hen steeds meer op. Antonius trouwt inmiddels met Cleopatra en wordt koning van Egypte. Dit is een grote bedreiging voor Octavianus en de spanning mondt in 31 v.Chr. uit in de laatste burgeroorlog van de Romeinse Republiek. Octavianus verklaart om meerdere redenen aan Cleopatra en Antonius de oorlog. De vloot van Octavianus verslaat in de Slag bij Actium (voor de kust van Griekenland) de vloot van Egypte, waarna Octavianus naar Egypte optrekt. Antonius en Cleopatra plegen zelfmoord. Octavianus (de latere keizer Augustus) wordt heerser over Egypte en het hele Romeinse Rijk. Het begin van het Romeinse Keizerrijk.

De Republiek kent meerdere filosofen, redenaars, dichters, schrijvers en andere grootheden. Velen van hen zijn ook militair en/of senator. Cato de Oudere en Cisero zijn ook consul. Een overzicht van de belangrijkste grootheden kun je vinden in "Romeinse Filosofen e.a.".

Pantheon 1In deze laatste periode van de Republiek zijn er meerdere bouwwerken tot stand gekomen. Tempels, basilieken, theaters en het Pantheon. Voor de uitgevoerde bouwprojecten tijdens de laatste periode van de Republiek, zie het overzicht. Aan de bouwwerken op het Forum Romanum en op de Keizerlijke Fora zijn afzonderlijke presentaties gewijd (situatie verleden en heden).

Kleding 8Hoe ziet het leven van de Romeinen eruit in deze tijden? Een kleine impressie van onder meer hun kleding (tunica-toga-palla-stola), eten, toiletten, woningen, vermaak, badhuizen, slaven en drinkwatervoorziening kun je bekijken via de volgende links: Leven 1 - Leven 2 - Leven 3 - Leven 4.

Uitleiding Republiek De Romeinen beweren dat de gevoerde oorlogen met het buitenland als "defensieve oorlogen" zijn te beschouwen. Dat zal in het begin ook zo zijn geweest, het neemt niet weg dat er in de "nabuuroorlogen", in veel gevallen duidelijk sprake is van pure landroof. Hoe zal dat zijn in het nu begonnen Keizerrijk?