
In voorgaande paragraaf "Platentektoniek" werd aangegeven hoe vulkanen ontstaan op de breukvlakken van de aardplaten. De botsing van de platen en het langs en over elkaar heen schuiven ervan is ook de oorzaak van aardbevingen.
Door de aardplaatbewegingen wordt spanning opgebouwd in de korst. Als de spanning hoog genoeg is kan er een schoksgewijze beweging van het materiaal aan weerszijden van een breuk in de korst optreden: de aardbeving. Hierbij wordt (een deel van) de opgebouwde spanning ontladen. De energie plant zich dan in een golfbeweging vanuit het centrum naar de omgeving voort. Het punt op het aardoppervlak boven dit centrum heet het epicentrum van de aardbeving.
Bijna altijd zijn er naschokken, kleinere bevingen die binnen enkele uren na de eerste beving voelbaar zijn. Deze zijn vaak het gevolg van overige spanningsontladingen. Naschokken die plaatsvinden nadat het zeven dagen rustig is geweest, noemt men het niet meer een naschok, maar een nieuwe aardbeving.
De meeste aardbevingen komen voor tot op een diepte van ongeveer 30 kilometer in de aardkorst. In sommige gevallen zijn er ook bevingen op dieptes tot ongeveer 700 kilometer. De meeste aardbevingen komen voor ter plaatse van de Ring van Vuur die al ter sprake kwam bij de vulkanen (rondom de Grote Oceaan), verder in het Middellandse Zeegebied en in de Himalaya.
Nagenoeg elke dag is er ergens in de wereld wel een aardbeving. In veel gevallen gaan aardbevingen gepaard met erg veel schade en slachtoffers. Uiteraard afhankelijk van de zwaarte van de beving en van de plaats van het epicentrum. De zwaarte van de aardbeving wordt uitgedrukt in een getal op de zogenaamde schaal van Richter. Deze schaal loopt op van 0 (geen schade) tot 9 (grote ramp). Bij een zwaarte vanaf 6 op de schaal is er gevaar voor doden en gewonden. Figuur "Schaal van Richter" geeft hiervan een overzicht. Omdat de schaal van Richter niet in alle gevallen betrouwbaar bleek, zijn er andere schalen ontworpen die allemaal een aanpassing of uitbreiding daarvan zijn. Vooral zware aardbevingen worden nu door seismologen gemeten met de enigszins afwijkende Momentmagnitudeschaal. Als in de media waarden op de schaal van Richter worden genoemd, bedoelt met meestal deze nieuwe schaal.
De wetenschap die zich bezig houdt met aardbevingen heet seismologie. Metingen worden verricht met een seismograaf (seismometer), die de trillingen in beeld brengt in een seismogram. Seismograaf komt uit het Grieks: seismos (aardbeving) en graphein (schrijven). Seismologen proberen van tijd tot tijd aardbevingen te voorspellen, maar een juiste voorspelling is vrijwel onmogelijk omdat te veel verschillende factoren van invloed zijn op het ontstaan van een beving. Desondanks wordt dit geprobeerd om de menselijke schade te beperken. Men gebruikt dan diverse voortekenen als voorschokken en dergelijke. Toch komen de meeste aardbevingen volledig onverwachts.
Aardbevingen door andere oorzaken
Los van de aardbevingen door de bewegingen van de aardplaten, ontstaan er ook aardbevingen door andere oorzaken. Dat kan dan één van de volgende oorzaken zijn:
- Op grotere diepte het overgaan van mineralen van de ene fase naar de andere.
- Het plotseling loslaten van water uit waterhoudende mineralen.
- Een vulkanische activiteit (vulkanische aardbevingen).
- Het instorten van holtes in kalksteenformaties of in een mijn (instortingsbeving).
- Ondergrondse kernproeven.
- Bodemdaling door winning van aardgas
Dit laatste is het geval in onze provincie Groningen. Vanaf 1986 tot heden komen daar aardbevingen voor met een kracht van 2 à 3,5 op de schaal van Richter. De inschatting is dat dit nog wel eens een zwaarte van 5 kan worden. Vanwege de aanzienlijke aardbevingsschade is besloten de gaswinning op termijn te beëindigen.
Tsunami's
Ook in oceanen komen aardbevingen voor. Aardbevingen die op de breuklijnen onder de zeespiegel ontstaan noemt men wel zeebevingen. Als gevolg hiervan kan een tsunami (vloedgolf) optreden. Dit is met name het geval als grote delen van de bodem omhoogkomen. Het gevolg zal een tsunami zijn die de voortrollende golven met grote hoogte over land gaat uitspuiten.
Ook tsunami's veroorzaken vaak veel slachtoffers en grote schade.
Een zeer zware zeebeving met tsunami vond plaats in 2004 bij Atjeh in Indonesië (zwaarte 9,1). Deze veroorzaakte een vloedgolf die zich in verschillende richtingen over de Indische Oceaan verplaatste met ongeveer 230.000 doden als gevolg. De catastrofe wordt gezien als één van de ergste natuurrampen in de recente geschiedenis.
Een recentere tsunami vond plaats in 2011 in Japan als gevolg van een zeebeving met een zwaarte van 9,0 en vloedgolven van 15 tot 20 m. De tsunami veroorzaakte ook ongelukken bij een kerncentrale. De totale gevolgen waren groot: 16.000 doden, 2.550 vermisten, 410.000 mensen geëvacueerd, 320.000 mensen zonder elektriciteit, 88.000 huizen beschadigd. De zeebeving behoort tot de vijf krachtigste aardbevingen ooit gemeten en veroorzaakte zelfs verschuivingen van grote landmassa's.
Aardbevingen in verleden en heden
Zware aardbevingen en tsunami's veroorzaken vaak veel slachtoffers en grote schade.
De meest dodelijke aardbeving vond plaats in 1556 in China (830.000 doden).
De zwaarste aardbeving in Europa was voor zover bekend de aardbeving in Lissabon van 1755 (zwaarte 9,0). Het was een vernietigende en dodelijke aardbeving. De beving werd gevolgd door een tsunami en een brand die vrijwel heel Lissabon vernielde. Het zuiden van het land, in het bijzonder de Algarve, werd geheel verwoest. De schokgolven van de aardbeving waren voelbaar door heel Europa, tot in Finland en Venetië en tot in Noord-Afrika. Vloedgolven tot 20 meter hoog bereikten de kust van Noord-Afrika en Midden-Amerika. Er vielen enkele tienduizenden doden (een derde van de bevolking) en de materiële schade was enorm (85 procent van de gebouwen in puin).
Enkele andere grote aardbevingen in het verleden zijn: In 1700 in de Verenigde Staten (zwaarte 9), in 1721 in Iran (250.000 doden), in 1833 op Sumatra, in 1834 op West-Java.
De zwaarste aardbeving ooit gemeten was de aardbeving van in Chili in 1960 (met een kracht van 9,5). De beving was zo krachtig dat rivieren hun loop verlegden en een vulkaan tot uitbarsting kwam. Vele gebouwen (waaronder een gehele stad) werden verwoest. Wonderwel verloren naar schatting 'slechts' 3000 mensen het leven. De beving veroorzaakte een tsunami met golven van 25 meter hoog. De tsunami reikte tot aan de andere kant van de Grote Oceaan en vele gebieden werden getroffen door vloedgolven met een hoogte van tien meter. Ook hier vielen talloze slachtoffers.
In de 20e en 21e eeuw tot heden zijn er talloze (ook zwaardere) aardbevingen geweest, te veel om op te noemen. Sinds 1900 zijn er 11 erg zware aardbevingen geweest (zwaarte 8,5 tot 9,5). De meest recente daarvan is die in 2012 bij Atjeh in Indonesië (kracht 7,3). Heel recent zijn de aardbevingen in Nepal in 2015 (kracht 7,8 - zeker 8.500 doden) en in 2017 in Mexico (kracht 7,1 - enkele honderden slachtoffers).
Aardbevingen in Nederland
Een enkele keer kwam er in Nederland een aardbeving voor. In 1932 in Uden (zwaarte 5,0). In 1992 in Roermond (zwaarte 5,8). In 2001 in Zuid-Limburg (3,9). In 2011 nabij Nijmegen (4,6). Deze aardbevingen hadden geen noemenswaardige schade of slachtoffers. De aardbevingen in Groningen (door andere oorzaken en wel met veel materiële schade) kwamen hiervoor al aan de orde.
Wil je als websitebezoeker de vorenstaande informatie over aardbevingen en tsunami's graag nog een keer in beeldvorm zien? Bekijk dan de presentatie "Aardbevingen".