
Bij de rubriek mineralen zagen we reeds hoe mineralen uit magma en lava zijn ontstaan. Vanuit deze mineralen worden de gesteenten gevormd. De uiteindelijke bron van alle magma is de aardmantel (zie aardbol) Afhankelijk van de plaats (diepte) in deze aardmantel heersen verschillende temperatuurs- en drukomstandigheden. Deze zijn bepalend voor de samenstelling van magma en gesteente. In de bovenmantel overheerst het vaste mantelgesteente peridotiet, bestaande uit voornamelijk de mineralen olivijn, pyroxeen en amfibool.
Op een diepte van zo'n 150 tot 200 km onder het aardoppervlak (in de asthenosfeer, zie doorsnede aardbol) zijn temperatuur en druk zodanig dat het peridotiet gedeeltelijk smelt en er dus magma (vloeibaar gesteente) ontstaat. Dit magma dringt door in allerlei spleten in de mantel en er vormen zich magmakamers. Via geologische bewegingen baant het magma zich een weg naar het aardoppervlak. Dit wordt verder toegelicht in de rubriek Geologische Activiteiten. Door het ingewikkeld samenspel van temperatuur, druk en snelheid van verplaatsing, afkoeling en stolling van het magma ontstaat een grote diversiteit aan gesteenten die wij stollingsgesteenten noemen.
De gesteenten aan het aardoppervlak staan bloot aan verwering (vergruizing) en erosie (slijtage). Hierdoor ontstaan brokstukken, die daarna door wind, ijs, rivier of zee worden meegenomen om elders te worden afgezet. Deze sedimenten (neergeslagen stoffen) vormen nieuwe gesteenten die we afzettingsgesteenten noemen.
Bestaande gesteenten kunnen onder invloed van temperatuur, druk of hydrothermale vloeistoffen een rekristallisatie of metamorfose ondergaan. Bij deze omvorming ontstaan nieuwe gesteenten. Meestal gebeurt dit op grotere diepte in de aardkorst of mantel en betreft het dus omgevormde stollingsgesteenten. Maar ook afzettingsgesteenten kunnen in bepaalde omstandigheden een metamorfose ondergaan. De nieuw gevormde gesteenten noemen we metamorfe gesteenten.
Classificatie van de gesteenten is gebaseerd op de hiervoor vermelde wijzen van ontstaan. Wij onderscheiden dus stollingsgesteenten, afzettingsgesteenten en metamorfe gesteenten. In volgende paragrafen worden deze drie categorieën afzonderlijk behandeld. Op deze plaats alvast een overzicht van deze classificatie van gesteenten, zoals ik die hanteer voor mijn collectie gesteenten. Hierin staan ook de onderverdelingen met voorbeeldgesteenten. Zie document "Classificatie Collectie Gesteenten".