Een mineraal is een chemische verbinding of element met een kristalstructuur, die als vaste stof in de vrije natuur voorkomt en gevormd is door geologische processen. Elk mineraal heeft een vaste chemisch samenstelling en een eigen kristalstructuur. 

Dus een mineraal is een in de natuur voorkomend anorganisch materiaal met steeds eenzelfde chemische formule en met een geordende atoomstructuur (al of niet in kristalvorm).

De opbouw van een mineraal is aangegeven in de volgende figuur uit het document "Wat zijn Mineralen en Gesteenten" uit de inleiding bij Mineralen & Gesteenten. Nogmaals lezen? Klik hier.

Mineralen Atoom

In de natuur voorkomende redelijk bekende chemische elementen zijn onder meer: H = Hydrogenium (waterstof); O = Oxygenium (zuurstof); Na = Natrium; Cl = Chloor;  Al = Aluminium; Cu = Cuprum (koper); Pb = Plumbum (lood); Au = Aurum (goud). Een mineraal bestaat uit één of meer van deze chemische elementen.

De samenstelling loopt van een enkelvoudige (bv Au = het mineraal goud) tot heel complexe (bv KAl2{(OH,F)2Al(Si3O10)} = het mineraal muscoviet, een silicaat, bij ons bekend als mica).

Voor wie niet of niet meer zo bekend zijn met de symbolen voor de chemische elementen, is in document "Symbolen Chemische Elementen" een overzicht daarvan gegeven. Ook het Periodiek Systeem van de Chemische Elementen staat in dat document.